u bevindt zich hier: home chirurgie bypass operaties duodenale switch (DS)

In deze sectie vindt u:

Sleeve gastrectomie met een duodenale switch (DS)

Dit is een variant op BDP in de zin dat ook hier een voedsellis en een bilio-pancreatische lis worden gecreëerd. De maag wordt bij duodenale switch (voluit: Sleeve gastrectomie met duodenale switch) gereduceerd tot een verticale buis. In tegenstelling tot de andere methoden, blijft hier de pylorus (maagportier - overgang van maag naar dunne darm) en het begin van de twaalfvingerige darm (duodenum) onderdeel van de voedsellis.

BPD

Men snijdt eerst de twaalfvingerige darm (het duodenum) (4) dwars door, zo'n 5 cm onder de pylorus. Hier wordt later de voedsellis aan vast gemaakt. Het gedeelte van de twaalfvingerige darm dat overblijft, blijft verbonden met de lever (1), galblaas en alvleesklier, maar eindigt blind, loopt dood.

Vervolgens wordt de dunne darm doorgesneden op ongeveer 40% van de totale lengte, gerekend vanaf de aansluiting met de dikke darm. Het gedeelte dat vastzit aan de dikke darm wordt naar boven gebracht en vastgemaakt aan het kleine stukje van de twaalfvingerige darm. Hiermee is de voedsellis (5) 'klaar': voedsel uit de maag vindt zo zijn weg naar de dikke darm. Er vind vertering plaats onder invloed van maagzuur en speeksel, maar is beperkt.

Het bovenste gedeelte van de dunne darm dat is doorgesneden, wordt naar beneden gebracht en vastgemaakt aan de voedsellis op ongeveer 50 tot 100 cm van de dikke darm. Dit stuk darm is verbonden met de lever, galblaas en alvleesklier en de spijsverteringssappen passeren in dit stuk darm dat daarom "bilio-pancreatische lis" (6) heet. De spijsverteringssappen en het voedsel komen bij elkaar in het laatste gedeelte, de gemeenschappelijke lis (7), waar de voedselopname (absorptie) kan plaatsvinden. De korte gemeenschappelijke lis is nu de enige plek waar vetten volledig worden verteerd. Hierdoor ontstaat malabsorptie, omdat lang niet alle vetten kunnen worden verteerd. Aangezien dit ook geldt voor vitaminen die zijn opgelost in vet (A, D, E en K), dienen patiënten na de operatie vitaminepillen te slikken voor de rest van hun leven.